WATERLOPEN

De Caendel (1971), nu Maanbeek genoemd, op de grens van Meigem en Deinze.

De oudst bekende waterloop die eertijds door onze streek kronkelde was de Kale.  Het is onmogelijk te spreken over de geschiedenis van het Schipdonkkanaal zonder eerst te wijzen op het grote belang van de kleine nederige rivier die het kanaal van Schipdonk deed geboren worden. Geschiedkundig gezien betekent Kale een stilstaand water dat rechtsgebieden scheidt.  In dit geval zal zij de scheiding gevormd hebben tussen het rechtsgebied van de Oudburg van Gent en de kasselrij Kortrijk.

De Oude Kale, nu Poekebeek genoemd, aan Vaarzelebrug.

De Oude Kale heeft haar oorsprong in Tielt en vervoegt de Nieuwe Kale in Nevele.  Wij kennen de Oude Kale het best onder de benaming Poekebeek. 
Dan is er ook nog de Neder Kale die ontspringt aan Sluyzekensbrug, op de grens van Deinze en Bachte.  Zij bespoelt Bachte en Meigem en vloeit te Vosselare in de Hulbeek, die op haar beurt uitmondt in de Nieuwe Kale.  De Neder Kale kennen wij beter onder de benaming van Reigersbeek (1), de beek die later verdwenen is in het Schipdonkkanaal. Het is vooral deze laatste Kale, de Neder Kale, die onze voorouders veel last berokkend heeft.  Reeds in 1438 wordt zij andermaal “geruimt ende gedolven op haar wydde ende diepte”.  Veel later in 1668 was zij zo vervuild dat men er niet meer kon op varen met kleine schuiten.  In 1670 is haar bedding zo vernauwd dat men “in menichvuldige plaatschen deselve kon passeren te voet ende te peerde”.  Dit had voor gevolg dat de hele streek door geweldige overstromingen geteisterd werd. Die ellendige toestand berokkende onberekenbare schade aan de landbouw. De baljuws, de burgemeesters en de schepenen van die tijd deden hun best om aan te tonen dat de Leie en de kleinere rivieren als de Kale en Reigersbeek ontoereikend waren om het aangevoerde water op te vangen en af te voeren naar de oude Durme of het kanaal van Gent naar Brugge.  Naar de Kale en Reigersbeek werd niet omgezien zodat bij elke nieuwe stijging van het water de ganse streek in een onmetelijke watervlakte werd herschapen.  Het gebeurde soms dat men tijdens de winter vanop de Meerskant kon ijsstoelen tot dicht bij de markt van Deinze.  Het zou duren tot 1841 voor enige hoop op verbetering in het vooruitzicht werd gesteld.  Het was Herman Antoon Loveling, schepen van de gemeente Nevele en vader van de gezusters Rosalie en Virginie Loveling, die het initiatief zou nemen.  In de Gazette van Gent van 28 mei 1841 verklaarde hij “dat door de aanhoudende regen alle schone en kostelijke meersen van Deinze tot Gent en van Deinze langs Nevele tot aan de Brugse vaart onder water staan”.  Loveling eindigde zijn verslag met de wens dat één of ander plan ten uitvoer zou gebracht worden en deze oproep zou worden aangehoord.  Na lang onderhandelen werd besloten een kanaal te delven dat de Leie te Deinze rechtstreeks zou verbinden met de Brugse vaart op de wijk Schipdonk te Merendree.

Kanaal van Schipdonk

Het kanaal van Schipdonk in 1971, met de baileybrug die Meigem nog met Bachte-Maria-Leerne verbindt. Rechts zien we de herberg “In Bachte-Brug”, het huis van de in 1971 vermoorde Zulma Van De Voorde.

Het beslissende ogenblik was aangebroken.  Het was 1846 en het kanaal van Schipdonk was in aantocht.  De totale kosten van het kanaal werden op 1 miljoen franken geraamd.  De werken werden ingedeeld in 2 secties: de eerste strekte zich uit van Nevele tot Merendree, de tweede van Deinze tot Nevele.  De teerling was geworpen.  Vaarwel Neder Kale of Reigersbeek. Van in de middeleeuwen lag jij daar als een gekrulde teek door land en wei te spartelen om je rol te vervullen, zo goed en zo kwaad als het ging. Thans bezwijk je onder een last die te zwaar werd voor je krachten.  Het einde was gekomen voor de eenzame rustige rivier.  Op 20 maart 1847 werd de eerste steek gedolven van de sectie Nevele-Merendree.  Meer dan duizend werklieden werkten er aan mee en één jaar later was de eerste sectie nagenoeg voltooid.  Op maandag 19 juli 1849 werd door 369 arbeiders begonnen met het graven van de tweede sectie. Hun aantal steeg tot meer dan 900 en op zaterdag 6 oktober 1849 “werd den laetsten kortewagen weggevoerd” en “bij deze gelegenheid hebben 1.000 tot 1.200 werklieden zich eens lustig vermaakt, gedroncken en gedanst”, aldus het Nieuwsblad De Broedermin uit Deinze.
Op het grondgebied van Meigem waren 25 eigenaars betrokken bij onteigeningen en werden 39 percelen onteigend met een oppervlakte van 23 ha.  Een woning verdween in de bedding van het kanaal en 582 bomen moesten geveld worden.  Tijdens het delven werden talrijke versteende beenderen van wilde zwijnen en andere dieren, horens van herten, Romeinse wapens en munten opgedolven, die in een museum te Brussel ondergebracht werden.
In 1857 werd aangevangen met de beplanting van de oevers van Deinze tot Nevele.  Zij bestond uit eiken en linden wat aan het kanaal een bijzonder fraai uitzicht gaf.
De werklieden die aan de vaart werkten hadden recht op een wettelijk loon van 1,25 frank per dag.  Hiervan ontvingen zij slechts 75 tot 80 centiemen.  De rest verdween in de zakken van ronselaars en ploegbazen.  De werkman uit die tijd was verplicht daar vrede mee te nemen, wou hij niet van honger sterven.

Het kanaal van Schipdonk in de jaren 30 van de vorige eeuw.

Poekebeek of Oude Kale

De Poekebeek ontspringt in de omgeving van Tielt en was oorspronkelijk een belangrijke bijrivier van de Durme. Voor de aanleg van het Schipdonkkanaal mondde zij uit in de Nieuwe Kale te Nevele.  Deze Nieuwe Kale ontstaat in de Hulbeek, een grensbeek tussen Vosselare en Nevele. Zij loopt verder over Landegem en Merendree om in de omgeving van Vinderhoute te eindigen in de Brugse vaart.  Deze Brugse vaart is op zijn beurt gegraven in de bedding van de vroegere Durme.  Door het graven van deze kanalen is de oorspronkelijke benedenloop van de Poekebeek verloren gegaan.  De huidige Poekebeek mondt uit in het Schipdonkkanaal te Nevele.  Zij vormt de grens die Meigem van Lotenhulle en Poesele scheidt.  De enige overgang is de Vaarzeelbrug, genoemd naar de heerlijkheid van Varizele te Lotenhulle.  Een belangrijke overgang van de Poekebeek was eveneens Vinktbrugge.  Deze brug ligt op de weg van Vinkt naar Lotenhulle en maakte deel uit van de Heirweg van Brugge naar Deinze.  De helft van de opbrengsten van de brugtol was voor de Heren van Nevele.

Caendel, de Kleine Reigersbeek en de Meerbeek

De Caendel (1971) op de grens van Meigem en Deinze, gezien vanop Sluyzekensbrug.

De naam Caendel wijst erop dat we hier te doen hebben met een kunstmatige waterloop.  De Caendel mondde uit in de Rekkelingebeek en zal naar alle waarschijnlijkheid gegraven zijn om het overtollige water langs de Rekkelingen kwijt te spelen naar de Leie te Bachte.  De brug over de Caendel aan de grens tussen Meigem en Deinze heette Sluyzekenbrug.  De Caendel was rijk aan vis en particulieren konden, mits betaling, het recht bekomen om op bepaalde plaatsen te vissen.  Dit heet dan visserij. 
De Kleine Reigersbeek voert het water af van een belangrijk deel van onze gemeente. Aan de kerk en de pastorij maakte zij een sierlijke bocht die rechtgetrokken werd in 1968 om het water beter te laten afvloeien naar het Schipdonkkanaal. 

De Kleine Reigersbeek (1971)

De Meerbeek ontsprong in de Lijkstraat (2). Haar bron werd dichtgeworpen en zij werd bijna over geheel haar lengte gekanaliseerd.  De benedenloop van de Meerbeek vormt de grens tussen Meigem en Nevele.

Nieuw of Nevels Vaardeken

Op een merkwaardige oude kaart van Meigem die op bijzonder fraaie wijze de toestand weergeeft van 1675, vonden we een waterloop die omzeggens helemaal verdwenen is, nl. het Nieuw Vaardeken of het Nevels Vaardeken.  Het begon aan het goed Ter Kerse en liep dwars door de Meulemeersen en de weiden van de Meerskant naar Nevele toe, waar het waarschijnlijk aansloot op de Hulbeek. Het is tamelijk recht wat doet veronderstellen dat het zou gedolven zijn door mensenhanden.  Waarvoor het gegraven werd, is ons niet bekend, waarschijnlijk zal het één van de vele pogingen uit de geschiedenis geweest zijn om het overtollig water kwijt te spelen.  Het Nieuw Vaardeken heeft stilaan zichzelf gedempt en bij het delven van het Schipdonkkanaal is het definitief verdwenen.  In de lage weiden langs de Meerskant vindt men hier en daar nog laagten en moerassige gedeelten die een overblijfsel zijn van dit vaardeken.  Op vele plaatsen kan men aan de plooien en de glooiingen die in het terrein nog te zien zijn, de loop van het vroeger Nevels Vaardeken terugvinden.

Sporen van het Nieuw of Nevels Vaardeken langs de Meerskant.

VOLGEND ITEM : MOLENS EN BAKHUIZEN


(1) Niet te verwarren met de Kleine Reigersbeek die evenwijdig aan de Pastoriestraat loopt. 

(2) Nu Wildonkenstraat

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: