LEMMENS

Het huis van de familie Lemmens (1971) in de huidige Lange Akkerstraat, tegenover de school “De Sterrebloem”.

Familie Lemmens (1)

Het huis van de familie Lemmens heeft een bewogen geschiedenis achter de rug.  Het moet gebouwd geweest zijn vóór de Franse Revolutie door een Jan Bernard Van Landhegem die pastoor was te Meigem in 1766.  Deze man oordeelde dat de pastorij van de Priesterage te ver afgelegen was van de kerk en hij liet daarom een fraai herenhuis bouwen dichter bij de kerk. Tijdens de Franse Revolutie was het huis nog niet helemaal voltooid.  Dit kunnen we afleiden uit het reisverhaal van de zusters Karmelietessen die uit Frankrijk waren verjaagd en tijdens hun vlucht hier voorbij kwamen.  Zij schrijven in hun dagboek dat zij de Izegemse kouter volgden – dit was de Izegemstraat in Zeveren – en zo in Meigem kwamen waar ze logeerden in een mooi herenhuis met 2 verdiepingen.  Het was het enige huis met verdiepingen dat in de gemeente toen bestond.  Zij vermeldden ook dat de schouwen in het huis nog niet voltooid waren.

Tijdens de Franse Revolutie werden in dit huis verscheidene kinderen gedoopt, want van de kerk was een paardenstal en opslagplaats gemaakt en de pastoor moest zich verschuilen.  Na het Frans bewind was het huis eigendom van Jonkheer Petrus Leopoldus Van Alstein, die het verhuurde als een tweewoonst.  Aan de linkerkant woonde er een gezin, de familie Gillies, terwijl de rechtervleugel dienst deed als kantschool. De achterste plaats deed dienst als schoollokaal voor de spellenwerksters en de voorste plaats was het woonhuis van de lerares. Hierna kreeg het huis een heel andere bestemming.

Mathilde Van Vooren ( † 1938) woonde op de Dries en leerde vanaf haar 12 jaar spellewerken.

De jaren 1845 tot 1855 waren donkere tijden voor onze streek. Meigem telde dan 1374 inwoners. voor wie de landbouw en de linnenweverij de enige bron van inkomsten waren. Er woonden hier 290 wevers en er stonden 110 weefstoelen. Door de opkomst van de mechanische spinnerijen vielen al die mensen zonder werk en was het traditionele thuisbedrijf van vlasspinnen ten dode opgeschreven. Tot overmaat van ramp mislukte de aardappeloogst herhaaldelijk door de aardappelplaag. die toen een nieuwe, onbekende plantenziekte was. Bij al die voorgaande onheilen voegden zich nog twee vreselijke ziekten, namelijk de tyfus en de cholera, zodat de gemeente Meigem een echt noodgebied was.
Het is dus niet te verwonderen dat er hier in 1847 265 behoeftigen waren. Burgemeester Jan-Baptist de Poorter, die in de Meulebroeken up het Goed Ter Kerse woonde, zocht naar een ge1egenheid om zijn gemeente met een nijverheid te begiftigen die arbeid en opbeuring zou brengen in de grote nood. In Brussel woonde een zekere Mozes Jacob Moresco, een bretellenfabrikant, die in de provincie Oost-Vlaanderen een landelijke gemeente zocht om er een modelwerkhuis op te richten voor de fabricatie van elastieken weefsels, met bretellen en kousebanden als voornaamste product.
Burgemeester De Poorter was er als de kippen bij en slaagde erin dit leerwerkhuis in Meigem onder te brengen in het huis dat nu bewoond wordt door de familie Lemmens langs de Kouter (2). De fabriek kende een  bescheiden begin. Op 1 maart 1847 bestond het personeel uit 11 mannen en 8 vrouwen en er stonden 14 weefgetouwen opgesteld op de zolder van het huis. 25 naaisters werkten thuis aan het stikken van de bretelpakketten. Zij verdienden 0.50 fr. per dag en de wevers 1 tot 1,5 fr. In 1848 waren er reeds 43 personen werkzaam. Moresco zelf woonde nooit in Meigem.  Het was een zekere Herman, afkomstig uit Brussel, die het huis bewoonde. Moresco was blijkbaar geen betrouwbaar man. In 1850 liet hij niets meer van zich horen en op 30 april 1850 hield het atlier op te bestaan.  Het werd door Herman overgebracht naar Gent. De drie gebroeders Bilterijst die het vak bij Moresco geleerd hadden, verlieten dan ook spoedig onze gemeente om op eigen hand en voor eigen rekening de elastieken bretellennijverheid in Deinze voort te zetten. Zij legden de grondslag van een industrie die er nu nog belangrijk is en momenteel in handen van de familie Libaert. Onze gemeente kan er alleen prat op gaan dat zij de bakermat is geweest van de bretellennijverheid in Vlaanderen.

Na deze bewogen geschiedenis werd het huis verkocht in 1861 ter herberg Het Oude Kanton te Nevele.  Eigenaar wordt Eduardus Van der Vennet. 

Eduardus Van der Vennet met zijn vrouw Marie de Pape en dochter Helena.

Van deze man hebben we nog een foto samen met zijn vrouw, Marie de Pape van Huise. Het kindje op de knie van de man is Helena Van der Vennet, geboren te Meigem op 29 maart 1867 en later echtgenote van Maurits Lemmens.  De nieuwe eigenaar richtte er een brouwerij in die werkte tot in 1917.  De brouwerij floreerde goed. 

In de brouwerij Lemmens, van links naar rechts: Paul Billiet, Leon Janssens, Emiel Van Aal (timmerman), Gustaaf Van den Berghe (kuiper), Paul Lemmens (kleine jongen op de kuipen), Cyriel De Witte, Prosper Nottebaert, Aloïs Van Daele, Clara Nottebaert (meid in het gezin Lemmens)

Zijn dochter huwde met Maurits Lemmens uit Berlare, die de brouwerij verder uitbaatte. Maurits Lemmens was niet enkel brouwer maar ook kweker van de befaamde Sint-Bernardushonden.  De laatste Sint-Bernardushond van de kwekerij heette Portos.

Paul Lemmens met de laatste Sint-Bernardushond van de kwekerij, Portos.

Wij weten ook dat Lemmens nog twee Sint-Bernardushonden verkocht aan de tsaar van Rusland in Sint-Petersburg.  Slechts één daarvan is ginds levend aangekomen.

Maurits Lemmens is vroeg gestorven, in 1910 in de leeftijd van 41 jaar.  Hij liet een weduwe na met 4 kinderen.  Zij baatte de brouwerij verder uit.
Het bier werd uitgevoerd op een ligger: 5 tonnen van boven en 2 tonnen vanonder in de kettingen.  In een grote ton was er 160 liter bier. Er werd bier geleverd in alle herbergen van de streek.  Ook reden ze wekelijks naar een klooster in Gent.  Het kloosterbier was een beetje slapper dan het andere en kostte daarom minder, namelijk 16 frank per ton.
Dan kwam de Eerste Wereldoorlog en bij gebrek aan grondstoffen zoals hop, mout en gerst moest de brouwerij stilgelegd worden in 1915.  In 1917 braken de Duitsers ook de koperen ketel uit en dat betekende het einde van de brouwerij.  Tijdens de laatste dagen van de Eerste Wereldoorlog, toen de terugtrekkende Duitsers opnieuw in Meigem waren, namen ze alle biertonnen mee.  Zij maakten er een voetbrug van door alle tonnen in het water te leggen en er bovenop ladders aan vast te maken.  Zo staken ze het Schipdonkkanaal over bij de komst van de Franse troepen.  Tussen 16 oktober en Allerheiligen 1918 maakte Meigem nog een moeilijke periode door.  Ook het huis van de familie Lemmens werd zwaar toegetakeld door het geschut van de Duitsers.

—————–

TOT SLOT

Een verslag over deze voordracht verscheen in het berichtenblad van het Land van Nevele (3).  We lezen daar het volgende:
“Verscheidene leden van onze heemkundige kring trachten de geschiedenis van hun dorp te
achterhalen en ook het huidig patrimonium op dia en film vast te leggen. Dit is trouwens één van de doelstellingen van de heemkundige kring.
Zeer graag vermelden wij deze initiatieven. die tenslotte toch de belangstelling wekken van een groot deel van onze bevolking. (…).
Op 12 december j.l. waren al onze leden uitgenodigd in Meigem, voor de diamontage “Meigem 1971″, het resultaat van maandenlange opzoekingen en opnamen door onze leden A. BAUWENS en D. HAUTEKEETE.
Het ontstaan en de verdere ontwikkeling van Meigem is in grote trekken gelijklopend met de andere gemeenten van de Heerlijkheid Nevele. Een perfecte bandopname van A. BAUWENS begeleidde trouwens de mooie dia’s, die ons de vroegere tijden moesten evoceren : de ligging van de Poekebeek en de kouters, de oude hoeven, de kerk en de oude pastorij, diverse oude ambachten. Bezat Meigem in de loop der tijden ook vooraanstaande mannen die in en buiten de gemeente een bepaalde rol speelden, dan betaalde het ook zijn tol aan tijdsevolutie. Alles blijft, dank zij deze bepaalde tak van de heemkunde, bewaard voor de toekomst. Alle lof gaat naar meester A. BAUWENS en naar de fotograaf D. HAUTEKEETE die er het mooiste wist uit te halen. Met aangepaste muziek werd deze montage een enig document.
Welke gemeente van het Land van Nevele neemt het volgende initiatief ?”
J.V.

TERUG NAAR HET BEGIN OF DE CONTACTPAGINA


(1) Het grootste deel van deze tekst verscheen ook  in het tijdschrift van Het Land van Nevele,  jrg. V (1974), afl. 1, p. 22-23,  onder de titel  Meigem: een poging tot industrialisatie.

(2) Nu Lange Akkerstraat

(3) Het Land van Nevele, jrg. II (1971), afl. 4, p. 190-192


Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: