HEERLIJKHEDEN

Hoeve, dichtbij de kerk, bewoond door Remi Denolf (1971) op het leen Ter Kerken (heerlijkheid Het Land van Nevele)

Na de invallen van de Noormannen lagen onze streken zo goed als verlaten.  De ontgonnen kouters bleven braak liggen en de meeste nederzettingen waren geplunderd.  Bijna alles was te herbeginnen. 

De graven van Vlaanderen waren praktisch alleeneigenaar van het ganse graafschap.  Boudewijn IV was de eerste graaf die in de 11e eeuw zijn gezag over de streek kon vestigen.  Later is men dan beginnen verkavelen en zo is men gekomen tot de lenen en de heerlijkheden.  Een heerlijkheid was een bepaald grondgebied dat onderworpen was aan het gezag van één persoon, de heer der heerlijkheid.  Deze persoon behoorde meestal tot de adel, het ridderschap of de clerus.  De heer oefende op eigen naam gezag uit binnen de heerlijkheid.  Hij regeerde er als een koning.  Hij bepaalde zelf de rechtspraak en hij kon ook bepaalde belastingen heffen te eigen bate.  Dit overheidsgezag had de heer in leen van de graaf, van de landvorst of van de hertog. Deze structuur is blijven bestaan tot aan de Franse Revolutie.  Zo zien wij dat het grootste deel van onze gemeente onder het gezag stond van de Heren van Nevele.

Heerlijkheid van Nevele

Het leenhof van Nevele telde in 1460 296 lenen en achterlenen in 30 verschillende dorpen, verspreid over het ganse graafschap.  Er waren echter ook nog andere lenen te Meigem.  De heerlijkheid Oudegoede – met zetel te Lotenhulle – had verscheidene lenen in Meigem.  Ook de heerlijkheid van de vrije eigenaars van Dentergem had gronden in Meigem. De heerlijkheid van Nevele, waarvan we de eerste sporen aantreffen in de 12e en 13e eeuw, heerste over het grootste deel van onze gemeente en dit zal zo blijven tot aan de Franse overheersing op het einde van de 18e eeuw.  De kiem ervan lag in het oude domein Nevele, waarvan reeds in 1084 melding werd gemaakt. Het leenhof van Nevele telde in 1460 296 lenen en achterlenen in 30 verschillende dorpen, verspreid over het ganse graafschap.  Er waren echter ook nog andere lenen te Meigem.  De heerlijkheid Oudegoede – met zetel te Lotenhulle – had verscheidene lenen in Meigem.  Ook de heerlijkheid van de vrije eigenaars van Dentergem had gronden in Meigem.

Bij de huidige kerk lag het kasteel van de Heren van Nevele.

De Heren van Nevele bewoonden het kasteel dat aan de huidige kerk van Nevele gelegen was en van daaruit breidden zij hun gezag uit over de hele streek. 
Op het einde van de 14e eeuw werd de residentie van de Heren van Nevele overgebracht
naar het domein Ooidonk te Bachte-Maria-Leerne.

Domein Ooidonk te Bachte-Maria-Leerne

Vanwaar komt de benaming “donk” ? Lage dichtbegroeide gebieden werden broeken genoemd, vandaar de benaming Meulebroeken. Die naam wijst erop dat dit de weg was die over de “Meulebrugge” naar de molen van Bachte liep. Ook op zandige verhevenheden in de laag gelegen broeken werden woonkernen aangetroffen.  Een mooi voorbeeld hiervan vinden we terug op de hoeve Pauwels. De verhevenheden van de bodem noemde men “donken”. Vandaar ook de naam “Wildonken”, langs de Karmstraat (1) en Pijpekerrestraat.  Aanvankelijk waren die donken waarschijnlijk niets meer dan een schuilplaats tegen het water, maar al heel vroeg moeten daar ook kleine kernen van landbouwexploitatie ontstaan zijn.

Het Land van Nevele strekte zich uit tot tegen de poorten van de stad Deinze: de scheiding aan de Gentse poort was een brede gracht die van de Caendel naar de Leie loopt en nu zichtbaar is.  Aan de overzijde begon de Kasselrij van Kortrijk, terwijl Bachte en Meigen in het Land van Nevele lagen dat behoorde tot de Gentse Kasselrij of de Oudburg van Gent. 

Het Land van Nevele

In 1469 waren er in Meigem 34 lenen en achterlenen met 38 haarden waarover de Heren van Nevele gezag uitoefenden. 

Het is niet bekend of Meigem ooit van een zelfstandige heerlijkheid deel heeft uitgemaakt.  Wat wel bekend is dat er te Meigem evenals te Nevele een vierschaar met baljuw en schepenen bestond die uitspraak deed over kleine misdrijven en overtredingen.  Doorgaans werd de bediening van baljuw en burgemeester door die van Nevele uitgevoerd.  De baljuw was een soort vertegenwoordiger van de graaf die door hem werd benoemd of afgesteld.

Naast de Nevelse bezittingen waren er in Meigem ook bezittingen van de Oudburg van Gent, de heerlijkheid Horentsche,  de heerlijkheid Oudegoede van Lotenhulle, van Reygersvliet, van Sint-Baafs en Kerrebroeck en de van Nevele afhangende heerlijke lenen Mere, Poekse en Oudenhove. De domeinen van de heerlijkheid Mere en van de heerlijkheid Orentsche lagen aan beide zijden van de kasselrijgrens.

Op basis van deze gegevens komen we tot het besluit dat in de 15e eeuw het grootste deel van Meigem onder het gezag stond van 3 heerlijkheden:

  1. Het Land van Nevele
  2. De heerlijkheid Oudegoede van Lotenhulle
  3. De Oudburg van Gent.

Drie heerlijkheden

Van ieder van die 3 heerlijkheden vinden we in onze gemeente nog een typisch voorbeeld. Voor het Land van Nevele is dit het leen Ter Kerken, de hoeve die nu bewoond is door Remi Denolf. Voor de heerlijkheid Oudegoede is dit het hof Ter Kerse of Ter Rye, nu bewoond door André Pauwels. Voor de Oudburg van Gent is dit het hof Ter Riede, nu bewoond door Aimé Hautekeete. 

Hoeve, dichtbij de kerk, bewoond door de Remi Denolf (1971) op het leen Ter Kerken (heerlijkheid Het Land van Nevele)

Vooreerst het leen Ter Kerken, mooi gelegen dicht bij de kerk. Het was in de 15e eeuw 18 bunder en 800 roeden groot. Het Gentse bunder was 1 ha 33 are groot. In 1686 was het leen Ter Kerken reeds uitgebreid tot 21 bunder en 64 roeden. Tegenwoordig heeft het goed een oppervlakte van 28 ha en behoort het toe aan de familie de Crombrugghe de Looringhe uit Brabant.  Het goed Ter Kerken lag aan de Lijkstraat die vroeger liep tot aan de kerk.  De Lijkstraat was de straat waarlangs de lijken naar de kerk moesten gebracht worden.  Men vreesde veel narigheid met de geest van de overledene als hij niet langs de Lijkstraat naar zijn laatste rustplaats werd gebracht.  Aan vele oude huizen vindt men dan ook nog de lijkdeur.  Dit is een dichtgemetselde deur, meestal aan de uiterste rechterzijde van het woonhuis die slechts geopend werd om het lijk uit het huis te dragen.  Daarna werd zij telkens weer dichtgemetseld om de geest van de afgestorvene buitenshuis te houden.
Op het leen Ter Kerken woonden gedurende de laatste eeuw verschillende families.  Op het einde van 19e eeuw was dat de familie Buysse waarvan er nog afstammelingen wonen in Lotenhulle.  Daarna kwam Petrus Van Wonterghem.  Van 1908 tot 1920 was het Jean-Baptist Van Braeckel die er 17 kinderen grootbracht.  Tussen 1920 en 1966 woonde er de familie Jozef Clauwaert.  De huidige bewoner is Remi Denolf.

Goed Ter Kerse van de heerlijkheid Oudegoede, uitgebaat (1971) door de André Pauwels.

De heerlijkheid Oudegoede van Lotenhulle had ook goederen te Meigem.  Het bekendste goed daarvan was het goed Ter Kerse, ook nog goed Ter Rye genoemd.  Het is de hoeve die sedert 1932 bewoond werd door de familie Pauwels en nu uitgebaat wordt door André Pauwels.

De oudste kerselaar van Meigem.

Het goed Ter Kerse dankt waarschijnlijk zijn naam aan de vele kerselaars die vroeger op de hoeve stonden.  Nog één enkele is ervan overbleven.  Hij ziet er erg gehavend uit en hij staat precies op de grens van Meigem en Zeveren. Hij is omgeven door Canadapopulieren en beukenhagen die aangeplant werden om de verstuiving en de wegspoeling tegen te houden.  Het goed lag op de grens van de kasselrij en was eigendom van het kapittel van Doornik.  Het goed werd reeds vernoemd in 1551.  In 1634 gaf het kapittel de hoeve in leen aan de heerlijkheid Oudegoede van Lotenhulle. Het kapittel was leenheer, Oudegoede was leenman.
De hoeve strekte zich uit over 28 bunder land en meers.  Tijdens de Franse Revolutie werd ze als nationaal goed verkocht (1798) aan Ferdinand Ottevaere van Gent.  Daarna kwam ze in handen van de familie Rooman d’Ertbuer. Marcelle Rooman d’Ertbuer verkocht in 1971 een deel van het goed aan een persoon uit Kortrijk en een ander deel aan André Pauwels. De oppervlakte van het goed bedraagt thans 35 ha 96 are. De laatste families die het goed Ter Kerse bewoonden waren Jean-Baptist de Poorter, burgemeester van Meigem van 1830 tot 1872, daarna zijn zoon Cyriel de Poorter.  Vervolgens is Jules Standaert het goed komen bewonen en in 1932 vestigde de familie Pauwels uit Waarschoot zich op het hof.

Hof Ter Riede, links op de foto, bewoond door Aimé Hautekeete. (1971)

Tenslotte had ook de Oudburg van Gent een groot deel van onze gemeente onder zijn gezag. Het bekendste goed ervan was het hof Ter Riede ende te Ruelsaleete dat reeds vernoemd werd in 1399 en nu bewoond wordt door Aimé Hautekeete.  Het is het oudst bekende hof van Meigem. De gehele uitgestrektheid bedroeg 21 bunder.  In het landboek van 1789 staat dit hof beschreven als een hofstede “met ene watering ” (2). Eigenaar was toen de familie della Faille, pachter was Pieter Van der Vennet.  Door het hof en de meersen liep een voetpad naar Bachte over het Nevels Vaardeken en over de Neder Kale of Reigersbeek.  Dit hof is eeuwenlang in het bezit geweest van de familie della Faille d’Huysse.  De laatste eigenares was Hortense della Faille d’Huysse die gehuwd was met een Gellinck d’Elseghem.  Na enkele jaren huwelijk stierf deze vrouw en ging het goed over naar de Gellincks, aan wie het nu nog toebehoort.  Het goed is lange jaren bewoond geweest door de familie Van der Vennet.  De laatste bewoner was Pieter Van der Vennet-Schelstraete.  Hij verliet het hof in 1894 om op het dorp te komen wonen. Deze Pieter was burgemeester van Meigem na Cyriel de Poorter doch hij verwaarloosde ten zeerste zijn boerderij.  Er waren een vijftal knechten.  Er werd meer gedronken dan gewerkt want er was ook een stokerij op het hof.  Als de boer een knecht nodig had was er gewoonlijk geen te vinden of ontdekte men er één slapend in het stro.  Alleen als het klokje van de boerderij klepte voor het middageten, waren allen op post.  Er is onvoorstelbaar veel gedronken op dat hof.  Bewijs hiervan zijn de volgende verhalen. Vrouw Schelstraete, de echtgenote van Pieter, had slechte benen.  Ze kon moeilijk uit de voeten en daarom zat ze altijd met een kruik jenever onder haar rokken.  Toen de huidige bewoners in 1920 een deel van het nabijgelegen terrein ontgonnen, vonden ze in de holte van een es een fles jenever. Deze was daar waarschijnlijk verloren gelegd door een knecht, de fles was half uitgedroogd en de jenever was nog goed maar ongelooflijk sterk. Bij het verbouwen van de vroegere stokerij heeft men nog verschillende klompen gevonden met flessen jenever in.  En het verhaal doet de ronde dat er ergens onder de vloer van de grote keuken een kruik jenever ingegraven werd vooraleer men begon met het aanleggen van de nieuwe vloer.  De stokerij kende haar glorietijd in 1848 tijdens het delven van de vaart.  Het is niet te geloven wat er toen gedronken werd door de vaartdelvers, die ’s avonds bleven slapen in de schuur.
Het is dan ook niet te verwonderen dat de drank de oorzaak geweest is van de ondergang van deze boerderij.  In 1894 moesten de Van der Vennets hun hof verlaten en zijn ze op het dorp komen wonen in het huis dat later bewoond werd door Emiel Van der Vennet en zijn zoon Gomaar.  Ze hadden het geluk verschillende erfenissen te mogen opstrijken en waren niet onbemiddeld.  Met het overlijden van Gomaar Van der Vennet en het verkopen van de eigendom in het dorp, is deze legendarische familie uit Meigem verdwenen.
Ondertussen was er het op het hof Ter Riede een nieuwe pachter verschenen: Isidoor Hautekeete afkomstig van Baarle-Drongen.  Hij was een welstellend man geweest, handelaar in bouwmaterialen maar hij had veel van zijn fortuin verdronken.  Toen hij enkele jaren op de boerderij woonde, stierf hij en liet een weduwe na met 10 kinderen, waarvan Honoré de jongste was.  Alle kinderen werden er uitgetrouwd en Honoré bleef op het hof, samen met zijn vrouw Germaine Bekaert.  Hij stierf in 1971 en het bedrijf wordt thans uitgebaat door zijn zoon Aimé. 

VOLGEND ITEM : DE PRIESTERAGE


(1) Nu Wildonkenstraat

(2) Een watering is een stuk grond dat periodiek kunstmatig wordt bevloeid met voedselrijk beek- of rivierwater. De vroegste vorm van deze techniek werd toegepast langs beken, waarbij men het proces van natuurlijke overstromingen bevorderde om droge of zure gronden geschikt te maken als grasland.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vloeiweide

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: